60 KM – 120 KM – 4 x 15 KM – Strand – Bos – Duin – Wad – Dijk – Dorp – Berg

Loopverslagen

Verrassende Zestig van Texel

Verrassende Zestig van Texel

Zestig van Texel beleeft zware editie met verrassingen.

Het strand was van beslissende invloed op de wedstrijd 

Onder goede weersomstandigheden werd op paasmaandag de Zestig van Texel gelopen. Maar toen de deelnemers eenmaal op het strand waren, kwamen ze er al snel achter dat het heel zwaar zou worden. Door de hoge waterstand moesten ze vele kilometers lang door het rulle zand ploeteren. En dan is 60 km ineens heel wat anders dan “een marathon met een stukje extra”. Continue reading

De Zestig van Texel

Eindelijk is het gelukt. Vier jaar heb ik op een ei zitten broeden en dat is gisteren, tweede paasdag, uitgekomen. In 2011 mislukte m’n eerste poging de Zestig van Texel uit te lopen door een runnersknee. In 2013 zocht ik totaal verkleumd voortijdig de auto op en daarna had ik geen goed gevoel bij de editie van 2015. Zou ik het nog eens proberen of concluderen dat die Zestig niets voor mij was? Het gevoel won het van het verstand en daar ben ik nu buitengewoon blij mee. 

Jan van Doorn betrapte me er al snel op. Om half zes vertrokken we vanuit Heinkenszand richting Texel en hij vond me zo vroeg op de morgen al een beetje ‘hyper’. Inderdaad, ik was druk en dat kwam omdat ik behoorlijk zenuwachtig was. Eigenlijk is dat niks voor mij. Als ik ga hardlopen treedt de totale ontspanning in en ben ik de rust zelve. Maar die Zestig van Texel moest en zou ik uitlopen, terwijl ik wist dat ik het moeilijk zou krijgen. Zestig kilometer in zeven uur, met bijna 15 kilometer zwaar zand en harde wind, voor mij zijn dat niet de meest ideale omstandigheden. 

Voor de afleiding gingen we na aankomst op Texel eerst maar eens naar de 120-kilometerlopers kijken, die bij de veerhaven halverwege waren en daar omkeerden. Er waren er nog maar een paar voorbij toen we Giel Joziasse al zagen aankomen. Hij zat in hetzelfde schuitje als ik. Zijn eerste twee pogingen de 120 kilometer te bedwingen waren mislukt en nu moest het eindelijk eens gebeuren. Na 5.28 had hij de eerste 60 erop zitten. Dat was razendsnel, terwijl hij er nog goed uitzag. Ik liep een stukje met hem mee. Met “Ik zie je straks wel op de terugweg”, nam hij afscheid. Ik zag dat er niet van komen. Giel had 35 minuten voorsprong en ik had me voorgenomen het heel rustig aan te doen. Dat voornemen was ik al na één kilometer vergeten. Vanaf de start had ik dat heerlijke loopgevoel. Wat ging het lekker, wat voelde ik me geweldig. Die eerste kilometer ging in 4.50, waarna ik me geschrokken enigszins tot de orde riep. Dat moest langzamer! 

Het ging ook langzamer, het goede gevoel bleef. De tweede opsteker kwam op het strand. Dat lag er veel beter bij dan de voorgaande twee edities. Je hoefde er niet te ploegen, je kon er lekker hard. Enig nadeel was de harde noorden wind die in het nadeel blies. Maar ook daar was een oplossing voor. Na een paar kilometer kwam Vincent langszetten, achter wiens brede rug ik kroop. Na een poosje wilde ik hem aflossen, maar dat hoefde niet. “Ik ben aan het trainen, blijf maar lekker achter me.” 

Vincent ging eigenlijk iets te hard voor me, maar omdat ik in de luwte liep, liet ik hem niet gaan. Vol in de wind lopen kostte evenveel kracht. Vincent was een beetje hyper, net als ik. Hij sloeg lopers die we passeerden op de schouder, schudde hun de hand, riep naar toeschouwers, maakte allerlei gebaren, ook op momenten dat er naar mijn stellige overtuiging niemand in de buurt was. Kortom, ik herkende mezelf wel een beetje in hem. Na het eerste strand was ik Vincent kwijt, maar al vroeg op het tweede strand kwam hij weer voorbij stekkeren. Een Belg had zijn slipstream al gevonden en zo maakten we een treintje van drie. 

Toen het daarna door de duinen verder naar het noorden ging kwam ik ‘de bus’, zoals een toeschouwer het noemde en ook daarin kon ik lekker uit de wind lopen. Dat was afgelopen toen we de duinen over moesten. Ik wilde de helling niet rennend nemen in de wetenschap dat de verzuring op de loer lag. Ik was het groepje kwijt en moest in m’n eentje de laatste zes kilometer naar het noordelijkste puntje, met wind tegen, afleggen. Vincent zag ik in de verte verdwijnen. 

Daar ergens stond Jan met een drinkbus en dat was voor mij de gelegenheid om eens even lekker een stukje met hem op te wandelen. Jan zei op de terugweg naar Zeeland dat hij daar dacht dat het weer niet zou lukken, maar daar was ik niet bang voor. Het stemmetje dat zei dat ik verstandig moest zijn en het rustig aan moest doen, hoorde ik daar luid en duidelijk. 

Langs de oostkant van Texel ging het verder. Tot een kilometer of 50 draaide het weer lekker, de kilometers bleven ruim onder de 6 minuten, een eindtijd van ver onder de 6 uur lonkte. Ik kon het zelf bijna niet geloven. De Waddenzee lag er prachtig bij, daar had ik toen nog oog voor. Toen moest ik wat inleveren. Tot m’n verbazing achterhaalde ik Giel en we liepen een eindje met elkaar. ”We gaan het halen”, zei ik tegen hem en hij moest ondanks de 110 kilometer die hij in de benen had even lachen. ”Ja, maar wel voor de laatste keer”, zei hij. “Al moet ik wel uitkijken met wat ik zeg. Dat heb ik meer gezegd, bijvoorbeeld na de Spartathlon.” En die Spartathlon gaat hij, na het succes van vorig jaar, weer lopen. 

Niet veel verderop zag ik Vincent weer. Hij stond geparkeerd in de berm. Ik heb naar hem gezwaaid, hem aanmoedigingen toegeroepen en hem op de schouder proberen te slaan, maar m’n coördinatie was niet optimaal meer. Het werd een slag in de lucht. Toen Giel ging drinken liep ik een stukje op hem uit en daarna stond plotseling ergens de man met de hamer. De Transgrancanaria en een paar lange trainingen erna eisten hun tol. De zon kwam door, het werd warm en m’n kilometertijden gingen richting 6 minuten. Giel kwam langszij, liep van me weg en ik zou hem pas na de finish terugzien. 

Bij de laatste drankpost stond een man die me aansprak. ”Ha Koen. Wil je m’n naam vermelden in je blog? Dat zou ik leuk vinden.” Ik kende hem niet en vroeg zijn naam. Die was ik al snel weer vergeten. M’n lijf had al z’n energie nodig om m’n benen aan de praat te houden. Hij bleek met Leendert van de Ven uit Zoutelande vorig jaar de marathon van New York gelopen te hebben en gaat dat dit jaar weer doen. 

Mijn benen leken de laatste kilometers in brand te staan. Desondanks maakte een euforisch gevoel zich van me meester. Ik ging de Zestig van Texel uitlopen! Dat baalgevoel dat ik vier jaar in groeiende mate met me meegenomen had was weg. Ik zit een beetje raar ik elkaar. Als iemand anders iets moois presteert, kan ik vaak blijer voor hem of haar zijn dan als ik het zelf doe. Daar was dit keer geen sprake van. Het ei dat ik vier jaar geleden legde, was uitgebroed. Wat een feest. 

Ik finishte in 5.47 en was daar Stik Blieë mee. De familie Joziasse zorgde voor de drank, terwijl ik uitgepeerd in een stoeltje zat. Die jongen kwam weer langs, ik vroeg zijn naam nog eens, vergat hem weer, zag hem onder de douche opnieuw, vroeg met de nodige excuses opnieuw z’n naam en kon me die, toen ik in m’n eerste biertje hapte, opnieuw niet herinneren. 

Gelukkig stuurde hij daarna via Facebook een vriendschapsverzoek. Daarom kan ik toch nog melden hoe hij heet: MARCEL KEMP. Gefeliciteerd Marcel. Toen je bij die laatste post stond, had ik even het idee dat het nog weleens heel lang kon duren voordat je bij de finish zou zijn. Maar dat viel mee. Je finishte slechts een minuutje na mij. Dat is karakter! Trouwens, ook Vincent haalde de streep. Hij had wat meer tijd nodig voor dat laatste stuk: twintig minuten extra. 

Als ik het goed heb, was ik de laatste Zeeuw die finishte. In de laatste kilometer kwam m’n voormalig loopmaatje Ingrid IJsebaert me nog voorbijzetten. Eigenlijk deden alle Zeeuwen het geweldig. Huub van Noorden werd derde, Tim Pleijte vierde en ook Marco Geldof, Michel Buijck en Edward de Leng eindigden in de top van het klassement. 

Koen de Vries 
 

Texels best Irene van Wijk

TEXELS BEST

Ik ben een goede loper. Dat is geen alternative fact maar objectief vastgesteld. Want ik heb een “Lopertje” gehad. En die is er alleen voor “the best”, in mijn geval best 60+. Net als vorige keer trouwens. Nu heb ik, de geweldige, er dus twee. Het plaatje van de 2017 uitslagen laat slechts één 60+er zien. Maar laat je niets wijsmaken; er waren veel meer deelnemers in die klasse. Wel 66% meer. Die zijn wel gestart maar onderweg verdwenen. Waar ik natuurlijk niets mee te maken heb.

In mijn jeugd werd dat talent onderkend noch benut. En werd ik beoordeeld op balgevoel en acrobatische vaardigheden op veel te hoge toestellen. Door de juf en vooral de klasgenoten. Geen wonder dat ik toen niet inzag hoe geweldig ik ben. Bijvoorbeeld in sport. Daar moest ik eerst 40 voor worden. Ik geef toe, daar heb ik lang over gedaan. Maar toen heb ik er ook wat van gemaakt: 40 marathons en 15 ultralopen, waarvan 9 keer de 60 van Texel. Dat is geen opscheppen, dat zijn facts.

De uitslag van de 2017 versie van Texel was totaal onverwacht. De peilingen vooraf waren duidelijk: Albert eerst, ruim binnen de 6 uur, dan ik, weer wat ouder dus wat langzamer dan vorige keer, en dan Frans netjes binnen de 7 uur. Dat is al jaren de gevestigde orde. Er was niets dat wees op een omslag.

Een vaststaand feit van de zestig van Texel is dat elke editie totaal anders is. Daar kun je op rekenen. IJzig koud, bloedheet, voorwind, achterwind, zijwind, briesje, krachtig, zon, regen, pap-, mul-, of drilschuim-strand, verse duintjes op de Hors, alles kan.

Maar deze keer was het verdacht zwaar. Windkracht 5 met stoten tot 7 uit het noorden, extra lang hoog water,  plakschuim, mul zand overal, behalve waar het papzand was. En, een primeur, de moeder van alle hagelbuien, losgelaten op de onschuldige lopers op het strand. Het gerucht is dat het weer gehackt is door de Russen maar persoonlijk verdenk ik de media.

Ik heb een paar paashazen toegestaan om voor me uit te lopen. Je moet wat doen voor je fans. Dat ik desondanks op het strand en in de duinen niet de beloofde 5:45 de km liep is gelogen. Mijn hartslag was er hoog genoeg voor.

Daarnaast had ik een uitstekend campagne-team dat zich gaandeweg 100% uitbreidde met overlopers uit het andere team. Logisch natuurlijk, ze volgen liever de winner. Wat me een media-man in eigen team opleverde om  mijn laatste alternative facts vast te leggen. Daarop is nergens te zien of ik gewandeld heb onderweg. Dat is een leugen.

En zo werd ik verrassend eerste: van de 60+ers én van de AV ‘23ers. De pussy had de mannen te pakken. Want Albert en Frans kregen problemen tijdens de race. Dat lag niet aan hun campagne teams, die leverden full support. Maar, hoewel ik me er slecht in kan inleven, het moet ontmoedigend zijn als “the best” je voorbij loopt. Dan is het een gelopen race. Frans zag dat al in na 23 km, Albert ging toch nog voor de full monty van 60 km. Maar hij is dan ook de “first lady” van “the best”.

Na afloop hebben we de overwinning gevierd in mijn eilandresort. Alle big shots van AV waren er: de paashazen, de campagneteams, de supporters en, ik ben niet haatdragend, de verslagen mannen.

Ik ben faliekant tegen een ingrijpen op de uitstekende zestig-van-Texel care. Als het nodig is stel ik per decreet vast dat die moet blijven als vanouds: de uitstekende professionals, de strakke organisatie, de geweldige vrijwilligers, de persoonlijke benadering, de ultralopersaamhorigheid en de vrouwenklassediscriminatie.

Hou ze strak, die vrouwtjes.

Ik heb nog wel een ideetje voor Texel trouwens. Het was er nogal druk, met vreemdelingen. Ze zijn al bezig met dijkverzwaring zag ik, dus de eerste stap tegen de tsunami is er. Wat dachten jullie van een hoge tuunwal om de rest van het eiland? Betaald met de toeristenbelasting. Briljant nietwaar.

Lief Texel, ik weet dat jullie me al missen. Maar wees gerust, ik kom terug in 2019 om het tweede lustrum vol te maken. Met plezier.

Irene van Wijk

Verslag Jan v.d. Meulen

DE VOLGENDE KEER KIES IK EEN LOOP ROND EEN KLEINER EILAND

De Zestig van Texel: ik vond het geweldig! Alhoewel als ik de volgende keer rondom een eiland ga lopen, ik Schiermonnikoog zou uitkiezen ;-). Ik vond 60 km toch best wel ver.

Voorbereiding? Ja, Salland ging ‘okee’, niet gelopen daar wat ik wilde, want de beoogde 5.30 – 5.45 werd 6.10. Wat meer duurtempo loopjes gedaan en eigenlijk was het dat wel. Ik was wel ontzettend aan het twijfelen of ik de 60 wel zou gaan halen, gezien de voorbereiding. Als ik op ChatnRun.nl lees wat ‘iedereen’ allemaal aan afstanden verzet en hoe vlot jullie zijn op de marathon dan doe ik niks, lijkt het.

Maar goed: gezin mee, mijn ouders mee, oom en tante die nog langs kwamen, ook nog een nicht met heel ‘t gezin… Ja, de druk lag er lekker op ;-). Er was in elk geval genoeg support onderweg!

Ik vond het bij het NIOZ maar koud, je kon niet naar binnen in tegenstelling tot voorgaande jaren (werd mij verteld). Dus dan maar verderop bij een tent staan hangen. Uit de wind, in de zon. Prima! So far so good.

Na de start eindelijk lekker bezig. Na een kilometertje of 2-3 haalt een Duitser mij in, en hee! Die ken ik. We hebben samen met zijn neefje en mijn kinderen zaterdag staan voetballen bij de Stayokay, en toen tegelijk onze startnummers opgehaald. Jens blijft lekker kletsen en we lopen zo’n beetje het hele parcours met zijn tweeën. Top!

Eerste stuk strand is prima, tweede stuk is behoorlijk zwaar. Vooral dat ene venijnige regen- en hagelbuitje hakt er in. ‘Lekker fris’, zeg maar. Ik krijg toch vochtige voeten door dat schuim maar gelukkig is er een stel backup schoenen als we het strand af gaan. Na de pitstop verlies ik wel een van mijn gelpakketjes maar goed, er is nog meer in de fietstassen verderop.

Voor mijn gevoel duurt het daarna uren voordat ik die vuurtoren zie, en door de pitstop ben ik Jens kwijtgeraakt. Ik had mezelf in elk geval beloofd minstens tot die vuurtoren te komen en dat lukt dan ook, uiteindelijk. Ik zit nog aardig op schema voor mijn gevoel en nu hebben we wind mee! Yes! Ik kom Jens weer tegen en we praten weer wat af.

Mijn ouders fietsen ondertussen mee en zorgen voor eventuele bevoorrading. Maar alles gaat prima, ik heb weinig nodig behalve dat ik bij me heb of van de voedertafels afhaal. Ik mis alleen nog pretzels (die heb ik zelf) maar de rest is prima! Steady as she goes, zeg maar.

Soms zit Jens er wat doorheen, soms ik. Maar we blijven praten en zorgen voor een mooi gelijkmatig tempo, gewoon nog steeds onder die 7.00 per km. Rond de 6.20/6.40 gaat het. Gewoon goed. Niet teveel kijken naar al die frisse estafette mensen maar gewoon genieten van het rennen en de omgeving.

Jens heeft ook familie aan de kant staan en we juichen elkaar toe. ‘Alles prima!’ ‘Jawohl, wir schaffen das!’ (okee, niet gezegd maar dat had best gekund ;-)).

Jens moet op 10 km van het eind toch lossen, wil wat wandelen. Ik twijfel, maar hij zegt dat ik toch echt zelf verder moet gaan. En ik wil het ook niet NIET halen, ik ben er zo dichtbij! En hij haalt het ook, weet ik zeker!

Dan het laatste stuk. Wind tegen en heuveltje op, gezien tijdens een verkenningsfietstochtje. Maar eerst richting haven Oudeschild! Wat een eind! Eenmaal daar vervloek ik de stenen die er niet mooi bij liggen, de regen die we net nog kregen en eigenlijk alles. Ja, Texel is mooi, maar wel groot! Na de haven in Oudeschild komt mijn gezin er ook nog eens bij, voor mijn gevoel moet ik nu overal op letten! Twee minuten later vind ik het echter weer geweldig dat ze er zijn en moet bijna janken van… geluk? Pijn? Blijheid? Geen idee, maar het doet best veel met me. We gaan in kolonne verder en er wordt ‘een potje met vet’ ingezet. Ik ga er in elk geval harder van lopen (ze zingen vals ;-)).

Aftellen maar! Ik wil toch nog iets versnellen want ik moet dit toch kunnen halen binnen die zeven uur..? Kom op! 5 km nog en nog dik 45 minuten, dat moet kunnen! Ik kan de speaker al horen en (bij wijze van spreken) de Skuumkoppe al proeven :-).

Ik finish in 6.50.00 volgens uitslagen.nl, ik heb mijn Garmin iets te laat uitgedrukt dus daar staat 6.50.10 op. Jens haalt het ook, prima! Gelukkig maar anders zou ik me toch wel schuldig hebben gevoeld.

 Ik ben blij dat het gelukt is, ik had al een goed weekend maar dit was wel de kers op de appelmoes ;-). Ik heb “veul” te danken aan mijn supporters en aan al die vrijwilligers die de kramen bemanden. Super! Ik heb genoten…

Maar ik weet nog niet of ik er over 2 jaar weer bij ben. Want ik vind 60 km toch wel een heel eind!

Jan vd Meulen

Noot van Martien Baars: Jan van der Meulen (44) uit Huissen postte zijn verslag op www.chatnrun.nl (Runnerd) en hij gaf permissie om het ook hier op Ultraned en op de Zestig-site te plaatsen. De 50 km van de Salland Trail in 2016 was zijn ultradebuut. Jan is voormalig Nederlands  kampioen ‘blood bowl’, meldde hij bij de inschrijving. Moest ik even opzoeken: ‘Blood Bowl’ is een ‘fantasy’ miniaturen bordspel gebaseerd op American football. Later is het ook een computerspel geworden.

Voor Jens Weber (37) uit Kiel was de 60 km op Texel zijn ultradebuut. Hij finishte keurig in 6.52.50.  

Gegokt en gewonnen – Texel 120 km

Gegokt en gewonnen – Texel 120km

Wil je de 120km tijdens de Zestig van Texel komen lopen?

Toen de vraag van Martien en Henri kwam om met Pasen naar Texel te komen was de beslissing snel gemaakt. Een goede reden om het weekend naar Nederland te komen (vanuit mijn nieuwe woonplaats Lutry in Zwitserland) en mijn verjaardag met familie te vieren, die ik zo mooi naar Texel kon lokken!

Zonder officieel aan de kwalificatie-eisen te voldoen stond ik afgelopen maandagochtend om 04.30 met 31 nieuwe vrienden op de wielerbaan in Den Burgh, Texel. Klaar ( ?) om twee rondjes om het eiland te rennen…

Nieuw in het ultra-gezelschap in Nederland en Europa ( na jaren in de Verenigde Staten gewoond te hebben) leer en beleef ik elke wedstrijd meer van deze vriendelijke gemeenschap. Zeker, verschillen zijn er, maar de passie voor lopen, en ver, is dezelfde aan beide kanten van het water.

Met een nieuwe baan die me zo’n 60 uur per week bezighoudt, was training voor de 120km op zijn minst gezegd creatief. Maar zonder van uitdagingen die onmogelijk lijken te houden, zou niemand aan ultra-running doen toch? De verdere “challenge” was dat al mijn andere wedstrijden behoorlijke aandelen berg-op en -af bevatten, en hoewel ik wel al een aantal keren verder dan 120km afgelegd heb te voet, was 120km plat, en met strand, en wind, en in 13 uur toch wel een nieuwe uitdaging.

Terug naar mijn training, combineren van “easy-kilometers” plat, gemaakt bepakt en bezakt met rugzak als “run-commute”. Ik woon 11 km van mijn werk, dus dat maakt 22km per dag, weer en wind, in alle temperaturen, en donker. Dat maakt voor een goede basis, en de zogenaamde “twee-vliegen-in-een-klap”, je moet toch naar je werk en terug. Stop daar wat (3-4000m) hoogtemeters bij, voor zover mogelijk in de winter met de sneeuwgrens hier rond de 1000/1500m (lees, heen en weer berg op/af) en wat atletiekbaan snelheidswerk, en de training was as-good-as-it-gets.

Makkelijk over te halen voor gekke dingen stond ik vorige week nog aan de start van een heel ander soort wedstrijd, een 6 uurs vertikale uitdaging in Frankrijk. De trail de berg (muur?) op was 4km met 850m hoogtemeters, en dan naar beneden met de kabelbaan. Vervolgens weer terug de berg op, zo vaak mogelijk in 6 uur. Of 3400m in 16km een week voor Texel verstandig was zullen we nooit weten, maar leuk was het wel.

Je hebt van die dagen dat elke kilometer moeite kost, of dagen waar alles vanzelf lijkt te gaan. Maandag 17 april was zo’n dag in de tweede categorie. Vanaf de eerste kilometer waren de benen goed. Het lijf goed. Het hoofd goed. Ik had er zin in. Maar ik weet, voor een ultra is dat gevaarlijk. De dag is lang, en ver, en je weet nooit wat er gaat gebeuren. Een ding is algemeen bekend, nooit te hard van start gaan.

Maar het voelt zo lekker! De benen draaien makkelijk, ik voel me licht en hartslag is laag. Misschien is dit gewoon mijn dag. Lekker doorlopen dus maar. Zolang de hartslag laag is en het makkelijk voelt zal het wel goed zijn. Gokken. Ik weet het. Zonder ervaring op lange vlakke trails (of weg) is het een gok, maar ik neem hem. Het voelt gewoon lekker, en mentaal ben ik klaar voor de uitdaging.

Mijn vriend Gaetan fietst mee, wat een luxe om je verzorging direct naast je te hebben! We hebben een strak voedingsschema, gelletje elk uur, pakje amandelboter elke 15km, en cola indien nodig. Werkt als een trein, 250 calorieën per uur en nooit een low.

De schapen in het donker vermaken me, de zonsopkomst is fantastisch en voor ik het weet is daar de vuurtoren al. Dat betekent eindelijk wind mee! Hoewel ik weet dat ik vooraan in het hele veld loop, voelt het nog steeds super, dus geen reden om tempo terug te draaien. Dan het strand op. Veel ervaring op het zand heb ik niet, maar in de eerste ronde hebben we gelukkig de wind in de rug en het water is nog laag genoeg om een redelijk goede ondergrond te vinden.

Tegen het eind van het tweede strand komt de mentale dip. Het is nog zo ver. Ik heb zand in mijn schoenen, de wind is tegen, en hard tegen, ben ik toch te hard van start gegaan, kan ik dit wel, o ja, het is nog zo ver. Gelukkig weet ik met een halve fles cola (lees: suiker en cafeïne) de negatieve gedachten snel te verdringen, en na 5.23 uur rennen draai ik om en begin aan de terugweg.

Het “tweede rondje” is leuk. Je ziet de andere lopers naar het keerpunt komen en iedereen moedigt elkaar aan. Wat is dit toch een fijne gemeenschap. Maar dan. Het strand. De wind…. Ik lijk af en toe achteruit te gaan. Het zand is zacht, de fijne harde pakking ligt onder water nu. Was het op de heenweg ook zo lang? Muziek maar in de oren, wat afleiding. In ieder geval de wind niet horen. En maar door blijven lopen.

Prachtigste stuk, of in ieder geval mentaal het mooiste, is na 75km het eerste wisselpunt in het bos tussen de twee strand passages in. Wat een mensen, wat een sfeer! Fantastisch! Ik krijg een kick en ren lachend verder! Het gaat eigenlijk nog steeds lekker, behalve een bejaarden-tempo op het strand rol ik de overige wegen en paden alsof het mijn eerste ronde is. De support als toeschouwers mijn 120 nummer zien is geweldig en motiverend. En ja, het gaat nog steeds lekker. Ik ben zelf misschien wel het meest verbaasd, maar weet ook dat ondanks de verhuizing uit Amerika en nieuwe baan mijn basiskilometers, krachttraining en hoogtemeters gemaakt zijn.

Laatste keer terug het strand op. De kopgroep van de 60km komt me voorbij vliegen. Ik lijk wel stil te staan, die drie mannen hebben serieus geen last van de wind. Of het mulle zand. Wat een snelheid, respect jongens! Vervolgens ploeg ik verder. Starend naar mijn GPS horloge en hopend dat de rechte lijn daarop snel een haakse bocht naar rechts maakt, terug de duinen in. Maar nee, het duurt en duurt en duurt. Wat is dit stuk lang. Ik weet het zeker, veel langer dan op de heenweg….

En dan staat mijn hele familie daar! Op het einde van het laatste strand stuk. Wat een verrassing! Ik schud eindelijk het zand uit mijn schoenen, dat na 4 passages een aardige berg geworden is. En dan op naar de vuurtoren. Die wind, die wind. Voordeel is wel dat de weg nu bekend is. Rollend door de duinen haal ik nog een 120 loper in. Jammer voor hem, maar goed gevoel voor mij. En weer analyseer ik. Het gaat nog steeds lekker. De benen draaien als vanzelf, de kilometers tikken weg. Ik eet en drink goed, energie is goed, temperatuur is fantastisch. Ik geniet. En ren, nog steeds, lekker.

Daar is ie, de vuurtoren! En dat betekent, wind mee! EINDELIJK!

Nog 25 kilometer. Oei, dat is nog wel ver. Beentjes zijn er wel een beetje klaar mee. Ok, dan gewoon mentaal verder. Wind mee, dus doortikken. Eerst maar eens een mooie 100km tijd klokken, ergens in de lage 9 uur. Dan die laatste 20. Groepje 60km mannen sluipen achter me en haken aan. Zou andersom moeten toch, maar ik lijk hun tempomaker. Ook wel leuk eigenlijk. We lopen een tijdje samen, en het zorgt ervoor dat mijn tempo strak blijft. Gewoon blijven draaien. Ik denk aan de woorden van mijn eerste trainer, Ton van Hoesel, “tik tik tik”. En zo tik ik verder.

15km, laatste wisselpunt, en wat een (gezellige) herrie! Ze hebben daar ook nog niet veel 120km nummers voorbij zien komen, dus weer zijn de aanmoedigingen super stimulerend.

Ik ben er bijna. Ja, het wordt zwaar nu, maar ik neem het 5 bij 5. Post naar post. Bekertje water, bekertje cola. En zolang ik bij die 60km mannen loop zakt mijn tempo dus niet verder af. Nog 10. Ik haal nu 60km mannen in die wandelen. Jongens toch, kom op, we zijn er bijna. Even doorzetten nog. Ik lach om mijn eigen gedachten.

Ineens word ik super bang dat de tweede 120km dame me voorbij gaat komen net voor het einde. Ik heb geen idee wat mijn voorsprong is, maar vraag Gaetan elke twee minuten om achterom te kijken. Ik blijk uiteindelijk 45 minuten te hebben, maar het zorgt er wel voor dat ik in een goed tempo door blijf rennen.

Nog 4, nog 3, boem WIND! Waaaat? Nee, dat meen je niet. De laatste kilometers beuken we weer recht tegen de wind in. Niet eerlijk. Maar goed, nu zijn we er echt bijna. Ik heb niet dat hele stuk hard gerend om nu in te kakken. En ik hoor de speaker. Dus verstand op nul en doorlopen. Met een glimlach nu. Ik weet het, ik ga winnen. Ik loop de laatste meters met dezelfde pas als de eerste. Lekker tikken. Armen hoog over de finish in 11.21. Gegokt, en gewonnen. Wat een dag. Fantastisch!

Gefeliciteerd voor alle 120km finishers, wat een prestatie! De condities waren niet makkelijk! Bedankt aan de organisatie, de vrijwilligers op de posten, alle fietsers en de vliegende fotografen. Wat een fantastische ervaring! Over twee jaar weer?

Maartje Bastings

Texel 2015

Na 90 kilometer viel voor mij het doek. Het was leeg, vooral in het hoofd gebroken. Een kleine 20 kilometer daarvoor liep ik verkeerd. Als in: niet de juiste route gevolgd. Als een puzzel van 1000 stukjes waarvan de laatste niet blijkt te passen. Foutje van de fabriek. 

Moet ik nog terugkijken naar de race van afgelopen maandag en de teleurstelling alleen maar groter maken? Ik vermoed van wel, anders had ik dit niet geschreven. Waarom? Misschien om het te kunnen accepteren, misschien omdat ik de nasmaak van teleurstelling verdien. Misschien als lamlendig surrogaat voor het afzien in de resterende 30 kilometer die ik niet liep. Het dichtst bij de waarheid is waarschijnlijk dat de teleurstelling die ik voel niet groot genoeg is en wil ik hem op deze manier groter maken. Zelfmedelijden, niks menselijks is een atleet vreemd. Wat ging er mis op Texel? 

Om die vraag te beantwoorden moet ik kort een beeld geven wat er grofweg aan voorbereiding vooraf is (mis)gegaan. De cijfers spreken boekdelen: De laatste drie ultrawedstrijden waar ik gestart ben, ben ik uitgestapt. De eerste was in Stockholm vorig jaar, waar ik de 100km mee zou lopen om mijn pr van 7u22 aan te scherpen. Een dergelijke wedstrijd vereist een vroege inschrijving. Niet alleen om een betaalbaar ticket en overnachting te regelen, maar ook om mentaal op scherp te komen. Eenmaal ingeschreven staat het doel vast: einde van de twijfel, begin van het schema. Helaas liep ik in de aanloop naar het echte trainingswerk een kleine maar hardnekkige blessure op aan een peesaanhechting bij mijn knie. Trainingen vielen in het water, extra rust, oefeningen in de sportschool, meer trainingen overslaan. Leven bij de dag. Welke atleet kent het niet? Al met al afgereisd naar Stockholm (een doel is een doel) met de insteek zo lang mogelijk pijnvrij te lopen. Ik haalde het tot de marathonafstand en stapte met een opgewekt gevoel zonder klachten uit de wedstrijd. Een marathon zonder pijn, niet slecht! Het was ten slotte pas begin augustus. Nog voldoende tijd voor een redelijk fatsoenlijke voorbereiding op het WK100km in Doha eind november. 

Dacht ik. Niet. Dus. 

Na Stockholm kon ik eindelijk weer met een voorzichtig opbouwend schema beginnen. Ondertussen kreeg ik een uitnodiging om in september in Winschoten mee te lopen. De 50km paste mooi in dat nieuwe trainingsschema en ik merkte dat ik de prikkel nodig had. Je kunt niet alleen maar op trainingen teren. Helaas liep het die dag anders. Een paar dagen voor de wedstrijd voelde ik de griep al langzaam opborrelen. Toch gegaan, overnacht bij een veel te aardig gastgezin die ik niet de gezelligheid kon teruggeven die ze verdiende. 400 meter na de start barstte het zweet al uit mijn voorhoofd en na 25 koppige kilometers rillend in een stoel beland. Twee op een rij. 

Na Winschoten viel de volgende pijnlijke beslissing. Ik moest Doha laten schieten. Geen deelname aan het WK100 km waar ik al sinds juli dat jaar ervoor (die 7u22 in Torhout, de B-limiet) zo naar uitkeek. Deelnemen zonder degelijke voorbereiding, aan een WK, onder die omstandigheden, dat zou gegarandeerd uitlopen op een deceptie. Hopelijk begrijpen anderen dat er soms rationeel gezien geen keuze is. 

Eerlijk gezegd voelde de afmelding als een enorme opluchting. Ik besefte toen pas welke druk ik me die hele zomer had opgelegd. Het was heerlijk om weer vrij uit te kunnen trainen. Nu even zonder belangrijk doel. Lekker naar de winter toe trainen, beetje crossen, duurloopjes door het land met rugzak, blessurevrij.. 

Weer een beetje wijzer, wilde ik het beter aanpakken deze winter. Meer doen aan blessurepreventie, doordachte schema’s van Ed met voldoende kwaliteit zonder onnodige risico’s op overbelasting. Ik was kind aan huis bij de sportschool en fysiotherapeuten (ja, meervoud) gaven me met genoegen meer en meer oefeningen voor meer stabiliteit, meer kracht, meer alles.. Ik zou superman worden. Tot er iets knapte in mijn kuit. Geen aanleiding, gewoon ‘tik’, halverwege een doordeweekse training. Terug naar de behandeltafel, meer oefeningen, enkels losmaken, bilspieren trainen, houding in de rug en nek verbeteren, buikspieren. In januari ook naar de podoloog ter controle van de zooltjes en het schoeisel. Daar het dringend advies gekregen één van mijn schoenparen niet meer te gebruiken en dat bleek de gouden tip voor mijn kuit. 

Half januari kon het echte trainen eindelijk beginnen. 8 hele trainingsweken voor Texel. Het is krap, maar het moest kunnen. Een doel is een doel. Ik was belastbaar, het lijf voelde fitter dan lange tijd en de trainingen verliepen makkelijker dan vorig jaar. Het duurvermogen zat er nog. Langzaam nam de weekomvang toe naar 90, 100, 120km.. Er moest meer gebeuren wilde ik in Texel voor een serieuze prestatie gaan. Ik besloot twee weken naar Spanje te gaan. Focussen, leven als een kluizenaar, trainen als een beest. Ed besloot een moordschema mee te geven. “als je dit kan, ben je klaar voor Texel” stond in de begeleidende mail. 

En trainen deed ik. Maakte het beste van een schema dat voor een normale sterveling als mij onmogelijk is. Ik liep tot de benen leeg waren. Over de 400 km, meer dan 10.000 hoogtemeters. Toen was het goed. Ik had gedaan wat ik kon en was er klaar voor. Alleen nog twee weken relatieve rust. Geen gekke dingen meer nu. 

Precies in het midden van de twee weken wordt ik wakker met een volle neus en schrale keel. Klote, niet ziek worden. Niet nu, ik weet dat ik vatbaar ben na al die trainingen, maar het mag niet. Echt niet. Gelukkig, het zet niet door. Alleen het snotteren blijft, dat is niet erg. En snoepjes voor de keel, dan komt alles alsnog goed. Ik weet het zeker. 

Om 4:35 op maandagochtend klinkt in Den Burg de starthoorn in het donker. Mark de Boer is mijn verzorger op de fiets. Ed fietst na een nagenoeg slapeloze nacht ook met me mee. Hoe luxe wil je het hebben? Alles bij de hand, alleen nog maar lopen. Precies op schema, niet harder, niet zachter. Niets aantrekken van Paul Giblin die onnoemlijk hard start. Ik vraag me af hoe je kamikaze zegt in het Engels, kamicheese? 

Gedurende de eerste ronde wissel ik stuivertje met Daniel Oralek. We lopen niet bij elkaar, maar wisselen af. Steeds met minimaal een meter of 20 van elkaar. Alsof de nacht aanzet tot eenzaam lopen. Er staat welgeteld één toeschouwer de hele eerste ronde. Het heeft wel iets zo. De toeschouwer nog een tikkeltje eenzamer dan de deelnemers. Ik loop vlak op tempo 4:30-4:35 per kilometer. De eerste drie uur loop ik bijna 40km in gemiddelden van 13.1, 13.2 en 13.1 km/h. Alles loopt volgens plan, behalve natuurlijk dat dat nooit gebeurt. Het strand ligt er goed bij de eerste ronde, windje mee en De Horst is een peulenschil. Daarom keer ik iets eerder, in 4u35 draai ik bij de veer en weet dat het nu pas gaat beginnen. Ik heb weer zin in het stuk strand. Dat liep zo lekker op de heenweg. Maar nu staat er wind tegen. Meer tegen dan ik straks mee heb gehad bedenk ik me. En dat zijn gedachtes waar ik al van weet waar ze vandaan komen. Vermoeidheid. Het stuk strand is pittig. Ik moet me concentreren op mijn ritme, niet teveel letten op de tijd. Ik heb genoeg speling, juist voor dit deel. Als ik het eerste stuk gehad heb, probeer ik daarna wel te herstellen op het asfalt en extra te eten. Het mag zwaar zijn nu even. Dat geeft niet. Alleen het duurt zo lang. Was dat de heenweg ook? Zo’n lang stuk? Nee, ik moet nu verder doorlopen volgens de beschrijving. Daar ligt het aan. De rest is vermoeidheid. Zoveel langer is het vast niet. Maar toch, volgens mijn horloge loop ik al veel te lang op het strand. Zo langzaam gaat het toch niet? Weer die vermoeidheid. Gewoon doorlopen nu tot dat iemand me van het strand haalt. Niet te ver vooruit kijken, dat demotiveert. Doorlopen, niet denken nu. Gedachten zijn vermoeidheid. 

Ik kom niemand tegen. Ten minste, niet van de organisatie. Niet op het strand. Ik zie eindelijk pijlen. Maar die wijzen de verkeerde kant op. Een grapjas heeft ze verdraaid misschien. Ik loop twijfelend omhoog. Kijk achter me en zie Daniel mij volgen. Misschien is het dan toch goed. Boven bij de duin lopen we na een klein stukje over het schelpenpad tegen de grootste verrassing van de wedstrijd aan: Giblin loopt ons tegemoet. We kijken elkaar verward aan. “We went too far I think” is het enige wat ik kan zeggen. Ik weet dan al wat er loos is en besef ergens in mijn vermoeide lijf al dat dit het is. Alsof mijn lichaam tegen me zegt `loop ik hier de longen uit mijn lijf, lig jij daarboven in die kamer te slapen en niet op te letten! Dan hou ik er ook mee op`. Fuck. Dit is niet goed. Daniel en ik besluiten tegen het parcours in naar de verzorgingspost te lopen. Na een korte stop loopt Daniel weer terug naar het strand: het voordeel van de taal niet spreken. Mijn ouders staan toevallig iets verderop de goede verkeerde kant op te kijken. Ik roep ze en na een vermengde reactie van verbazing en bezorgdheid vertrekken ze om Ed en Mark te waarschuwen dat we al verderop zijn. Iemand van de verzorgingspost belt met de organisatie. Uiteindelijk weet ik niets anders te doen dan een slok cola te pakken en terug te lopen naar het strand. Terug naar het punt waar we eraf zijn gegaan. Ik loop het strand weer op, voel de tegenwind weer en kan Daniel dan al bijna niet meer herkennen in de verte. Het moraal is tot een dieptepunt gezonken. 

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Er had toch iemand moeten staan? Dat was op de heenweg ook. Of op zijn minst van die grote pijlen. Giblin liep wel goed. Kende hij de route beter? Heb ik teveel vertrouwd op aanwijzingen van de organisatie? Ik weet het niet, het doet er nu niet toe. Ik loop op een laag tempo door naar het einde van het tweede stranddeel. Na bijna 20km nagenoeg zonder verzorging over het strand te hebben gelopen zie ik daar Ed boven op de duin staan en Mark met de verzorgingsfiets. Wat valt er te zeggen of te doen op zo´n moment, anders dan mechanisch proberen te eten en te drinken en berustend de duin af te wandelen. We proberen het nog één keer. Kijken of de motor nog aan de praat raakt. Een doel is een doel. 120 km op Texel moet lukken. Ik ben het verplicht aan iedereen die op zijn of haar manier heeft bijgedragen dat ik hier nu loop. 

Bij 90 kilometer valt het doek. De geest is verdwenen. Ik ben niet eens echt boos, of teleurgesteld. Heb ik nu gefaald? Ik had de mentaliteit niet meer om door te lopen zoals Daniel wel deed. Was een tijd in de buurt van het parcoursrecord sowieso niet veel te ambitieus? Naarmate ik meer naar Texel toe trainde begon ik meer respect te krijgen voor die tijd. 9u23 op dit parcours, ai, dat is heel hard. Dan moest er ook echt niks fout gaan. Alleen ging er wel wat fout. En daardoor sta ik niet in de uitslagen van de 120km van Texel, laat staan op het podium. Geen oogst deze keer. Alleen weer een harde les. Nummer zoveel. Slikken en weer doorgaan. 


Pieter Mans 

De Zestig van Texel: mijn ‘rondje Huub’

Allereerst: organisatie en vrijwilligers van de Zestig van Texel: bedankt voor de goede organisatie en het gevarieerde programma-aanbod rondom deze loop. En Bjorn Paree: bedankt voor de foto’s. We staan er weer mooi op. In het kort geschreven: ik heb enorm genoten van de loop, de medelopers/mensen, sociale interactie, het weer en het eiland Texel en ben dik tevreden met de 6:48:13 die ik over die 60 km heb gedaan; en ik heb nog dagen er na last van een goed humeur gehad (big smile). 

De Zestig van Texel en Jan Knippenberg. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. En vanuit de organisatie van De Zestig is daar ook dit jaar veel aandacht aan geschonken. Voor mij was deze editie van De Zestig van Texel vooral ‘een Rondje Huub’. Zwager Huub Schröder werkte bij het NIOZ, woonde in Den Burg, overleed dit jaar 30 jaar geleden tijdens de zoveelste zware operatie tussen 1981 en 1985 op 40 jarige leeftijd….. Rondje Huub dus. Starten vanaf het NIOZ. Finishen in Den Burg. Er konden maximaal 750 deelnemers inschrijven. Daarvan waren er ongeveer 20 met wie ik al eens eerder aan de start had gestaan en waarvan ik er een aantal al wat persoonlijk kende. 

Paaszondag 5 april 
‘s-Middags: startnummer ophalen in de Stayokay en even aan de praat met Martien Baars die het druk had, Richard van de Klis, Hennie en Jolanda van Velzen en Rut Zoutman. 
’s-Avonds: Lezing vooraf over de voorbereiding op De Zestig van Texel, door Mark de Boer. Met vooral tips mijns inziens voor de snelle wedstrijdlopers. Over gelletjes. Niet zo van toepassing voor een aardappel- en brood etende recreatieve loper als ik; het ging ook niet over gekookte eieren en pannekoeken eten tijdens het lopen. En ook niet over RunWalken. Maar weer wel over het nutteloze van trailen als voorbereiding voor De Zestig, over vetverbranding en de percentageverdeling langzaam/matig/snel qua snelheid in de verdeling van periodieke trainingskilometers, zijnde 70-20-10% (voor iedere ultraloper zeer belangrijk). Kortom: hier en daar leerzaam en ‘t was vooral leuk zo tussen medelopers te zitten. 

Paasmaandag 6 april 
De loop zelf: mijn doel was 8,8 – 9 km/u tot het eind volhouden, als in een training. Dus per 10 km iets onder de 1.10 uur om met zekerheid binnen de 7 uur te finishen, wat voor mij al heel mooi zou zijn, zeker met een paar stukken strand en de duinen erbij. En zo gelijkmatig mogelijk lopen, vanaf het begin al in Run-Walk/Take-a-Snapshot. 
Met de bus van de Stayokay naar het NIOZ. Leuke opgelaten stemming in de bus. We hebben er duidelijk zin in. In het NIOZ aan de praat met Bob Stultiens en Bob Verbrugge en zijn loopmaatje Frits van der Lubben. Geleidelijk werd het steeds drukker in en rond het NIOZ. Er waren veel deelnemers en het was allemaal heel gemoedelijk. Ik ben helemaal achteraan gestart. Na het startsignaal stonden we eerst ’n tijdje stil; daarna al wandelend op gang komend zodat we over de eerste 200 meter 2 minuten deden. Ik was verbaasd over de paar blote-voeten-lopers. 

De eerste 1,5 km fietste Els, m’n vrouw, naast me, wat ik heel leuk vond. Na 3,5 km zag ik Theo de Jong met wie ik een stuk mee hobbelde en die me bij de Hors/de strandopgang o.a. wees op waar je lekker in een duinpannetje in de zon kon liggen, en liepen we Jannet Lange tegen het lijf die na haar eerste 60 km ‘instroomde’ om er nog eens 60 aan toe te voegen. En daar was ineens ook Henri Thunnissen langs het parcours, die ik natuurlijk een handje wilde geven. Op het strand was het wat zwaar door de tegenwind, maar het zand was goed beloopbaar. We hadden zicht op een lang lint van lopers. Mooi was dat. 

Na de eerste keer strand stond Els me in de duinen langs het fietspad, bij km 15, in de druilerigheid van een miezerbui op te wachten, ’t gaf me een kleine energie-boost. Nadat ik voor de tweede keer het strand afging (na zo’n 23 km) wilde ik voor ik verder ging ergens eerst het zand uit mijn schoenen schudden. Op de horizontale boomstam (slagboomstam) was Endy Kasanardjo daar net mee klaar en stond wat moeizaam op. Ik begroette hem en liep nadat mijn schoenen leeg waren een stukje met hem op. Endy was bezig met de 120 km, had er inmiddels al 83 km opzitten en was duidelijk wat vermoeid. Kapriolen met vee-roosters deed hij niet aan: hij nam het klaphekje ernaast (wat ik zeer verstandig vond). Hij liep wat langzamer dan ik (begrijpelijk), dus ik liep uiteindelijk langzaam van hem vandaan. Om vervolgens ergens rond de 29 km Sjaak Bus te ontmoeten. Hij deed ook de 120 km, had er daar dus al 89 km opzitten en had het moeilijk. Ik stelde me voor, (we staan op dezelfde categorie M55-lijst voor Steenbergen24H, net als vorig jaar) en we praatte wat waarna ik weer mijn eigen tempo opnam. Zo liep ik de eerste 30 km in 3:27, dus mooi op schema. 

Verderop in de duinen ten zuiden van de vuurtoren kwam ik Jolanda van Velzen tegen; ze deed de 60 en had het op dat moment ook moeilijk en ik liep ook met haar even wat op, vroeg haar of ze genoeg te eten en drinken had (misschien zou ik wat aan kunnen vullen) en wenste haar succes toen ik weer verder ging. Langs de waddendijk zou ik wind mee krijgen dus dat zou wat makkelijker gaan. Vanaf 36-40 km ging ik wat sneller en regelmatiger lopen. 

In Oosterend zat Els op een terrasje te wachten tot ik voorbij zou komen. Ik had dat niet direct in de gaten en liep voorbij waarop ze me riep. Ben even teruggelopen en een energie-oppeppertje van haar gekregen. Iets later fietste ze tot aan de finish naast me, wat me ook de nodige oppeppertjes verschafte. Tussen de 40 en 50 km was het veel stuivertje wisselen: steeds dezelfde deelnemers passeren en iets later weer door hun gepasseerd worden. Vanaf de 50-55 km begon het grote inhalen: ik ging nog iets meer versnellen. Mijn Garmin stond voor een kort moment op 9 km/u, gemiddeld over het hele stuk gemeten, maar het gemiddelde zakte door het wandelen al snel weer naar de 8,9 km/u (het rennen ging toen met 10 km/u). 

Net na Oudeschild gaven een sponsje en een partje sinaasappel bij de verzorgingspost een goede opkikker en begon er zowaar een wedstrijdgevoel in me op te komen. Die man/vrouw voor me, in dat groene/blauwe shirtje, maakt niet uit wie, die zou ik wel eens in kunnen halen, dus rap met die beentjes maar weer. Op de Hoge Berg nog even voor het laatst gewandeld en wat foto’s gemaakt (’t was daar wel erg mooi en ik kon het niet laten) maar daarna echt vol aan de bak: daardoor nog een aantal lopers kunnen inhalen. 

Dan een eindspurt (de laatste 200-250 meter ging op het laatst met ongeveer 11 km/u) waarin ik werd aangemoedigd door Martien Baars die langs de kant van de weg stond. Een eindspurt waarin ik zelfs een paar meter voor de finishlijn nog iemand inhaalde. Vlak over de finishlijn was het erg druk (met juist gefinishte deelnemers, mensen van de organisatie, vrijwilligers, fotograaf…), ik kon op het nippertje een paar botsingen voorkomen (daar ga je wel raar, beetje paniekerig, van kijken), om tegen een paal tot stilstand te komen. De paal van een stellage. Paal gaf wat mee, maar verder geen verwondingen of instortingen/ravage. Dat zou wel een mooi theatraal effect geweest zijn (grapje), maar nu zeg maar, ‘niets aan de hand’. 

Ik kreeg meteen wel een microfoon van een radioreporter onder m’n snufferd, maar ik kon niets zinnigs zeggen: buiten adem en een enorme hard geluid van de verslaggever met geluidsinstallatie aan de finish waar ik niet overheen kon qua stemgeluid. Bovendien had ik wat gedoe met mijn rugzakje en een aluminiumfolie (tegen afkoeling) dat door een vrijwilligster om mij (en iedere finisher) heen werd gedrapeerd. Dat was wel even als in een andere wereld aankomen na uren wat relaxed/introvert/mijmerend rondgelopen te hebben. 

Nadat ik het finishgebied had verlaten was daar een lekker kommetje tomatensoep en liep Wilma Dierx me tegen het lijf, en hebben we even wat info uitgewisseld. Nadat de soep op was ging ik op weg naar de auto en kwam ik Endy tegen die me vertelde dat hij mooi binnen de limiet van 13 uur was gefinisht. Ik feliciteerde hem, wenste hem goed herstel. Moe en voldaan ging ik naar de caravan/camping om lekker te douchen, te eten en in de bank te pampussen. Tot zo ver maar weer. 

Wim Krijnen 

Zestig van Texel: ‘je kilometertijd wordt je eindtijd’

Bron: dutchroadrunners.nl/profiles/blogs/de-zestig-van-texel-1 

Het was een impulsactie om me in te schrijven. Ik weet het nog goed, vorig jaar op 1 september. Dat was het moment dat ik op Facebook zag dat een aantal bekenden zich in hadden geschreven voor de Zestig van Texel. Dus dan stel je de vraag eens aan Silvia, die op dat moment naast je op de bank zit, of ze zin heeft in een weekendje Texel. Dat er een rondje hardlopen bij zit is op dat moment even bijzaak. Totdat je er eens goed over na gaat denken. 60km, dat is wel heeeeeeeeel ver…. 

De maanden er na moet je dan toch eens een plan maken hoe je dit een beetje serieus wilt gaan aanpakken. Dus de nodige wedstrijdjes, met ook daarin lekker wat kilometers en nog heel wat trainingen. Vooraf weet je toch niet hoe dit uit gaat pakken, maar gaandeweg merk je dat het de goede kant op gaat en je steeds meer in vorm komt. 

Het weer zag er erg goed uit voor de start. Niet te zonnig, wat bewolking en misschien wat harde wind. De eindtijd die ik in mijn hoofd had was ergens tussen 4.15 en 4.30. Uitlopen was veruit het belangrijkste en het liefst op een lekkere manier. Kilometertijden had ik ook niet echt in mijn hoofd, simpelweg gewoon lekker lopen. Tot Jan Albert Veenema mij in de tweede kilometer meldt dat het heel makkelijk is, je eindtijd is ook je kilometertijd. Tja, zo had ik het nog niet bekeken. 

Vanaf de start hadden we direct al een mooie groep. Het tempo voelt goed aan. In de verte zien we de kopgroep wel lopen met daarachter een paar plukjes met voor ons bekende lopers. Naar mijn idee gaat het daar vooraan te hard, het is nog ver en ik wil mezelf niet helemaal over de kop lopen. Het is dus zaak om zeker het eerste deel in deze groep te blijven. Zo lopend komen we al snel op het strand van de Hors aan. Het is altijd even afwachten hoe het strand er bij ligt. Maar veel beter dan vandaag kan het niet. Het is behoorlijk hard en vlak. Ondertussen werken we lekker samen alleen blijft het lastig mijn eigen tempo vast te houden. Willem van ’t Veer loopt wat heen en weer tussen de voor- en achterkant van de groep en het tempo wisselt daardoor telkens. Ook al is het niet veel, ik moet oppassen dat dit niet te veel energie gaat kosten. 

Na het eerste en langste stuk strand krijgen we even de tijd op adem te komen in het bos. Bij het wisselpunt voor de estafettes ga ik even door mijn enkel, uit het publiek langs de kant hoor ik “oei” roepen. Gelukkig loopt het goed af en kan ik door. Mijn enkel voelt een paar minuten wat stijf aan en daarna zakt het weer af. Nu bij 15km kijk ik voor het eerst naar de tussentijd, 1.08u. Ondertussen ben ik voor de groep uit komen te lopen. Willem komt naast me lopen en wil dat we terug zakken. Die groep komt vanzelf wel weer, mijn tempo hou ik gewoon vast. Bij de verzorgingspost is dit inderdaad het geval en richting strand sluit ik weer mooi aan. 

Het tweede stuk strand ligt er ook weer mooi hard bij. Toch is het verschil groot. De wind is wat aangetrokken en het regent net even harder dan miezerregen. Dit voelt koud aan op de bovenbenen die helaas toch niet zo fris zijn als ze de laatste tijd waren. Na een korte sanitaire stop als we het strand af komen moet ik wel wat versnellen om weer bij de groep te komen. 

Na de Slufter komen we op het fietspad en ongemerkt loop ik weg met Stefan van der Pols en een voor mij onbekende Kees. Op 30km zitten we op 2.16u, dat houdt in dat we wederom 1.08u hebben gelopen over 15km. Een mooi vlak tempo dus. Dit is ook te zien, we beginnen nu de eerste lopers in te halen. Ronald Derksen staat hier langs de kant en voor ons zien we ook Ruud van der Wal lopen. Toch kom ook ik al vrij snel alleen te lopen, naar mijn idee nog te vroeg in de wedstrijd. Het pad slingert zich richting de vuurtoren en op meerdere plekken hoor en zie ik fazanten. Ook de zon komt weer door. Nog even en ik krijg de wind mee terug naar Den Burg. Onderweg hoor ik van Christiaan Hemstede dat ik 15e loop, als ik zo door ga moet ik nog wel een paar plekjes kunnen opschuiven. 

Zo voor de wind in het zonnetje begint het aardig warm te worden. Om hier geen last van te krijgen trek ik al lopend mijn thermoshirtje uit, een goede beslissing blijkt later. Al snel zie ik het bordje met nog 20km te gaan. Mijn benen lijken wel naar de finish te willen. Ze doen nog steeds zeer. Ik bedenk me dat als ik nu sneller loop ik daar ook sneller vanaf ben. Een beetje gekke gedachte, en gekke gedachtes krijg je toch wel als je lange stukken aan het lopen bent. Gelukkig geeft de omgeving ook genoeg afleiding. Wat als een lang en saai stuk werd genoemd blijkt toch verrassend afwisselend. Vogels, molen, stuw, dijkjes en een enkele andere loper. 

Met nog 15km te gaan loop ik 3.20u, een 15km in 1.04u dus. Als ik zo door ga kom ik ruim onder de 4.30. In Oosterend is het stil, de lastige steentjes doen zeer aan de benen en er zijn weinig bordjes die aangeven of ik op de goede weg ben. Dit is het laatste stille stuk. Zo vlak na Oosterend begin ik veel lopers in te halen. Ook Silvia staat hier weer foto’s te maken, een goed moment om mijn thermoshirtje af te geven. Iets verder gaat de route de dijk over en de hoofdweg op. Ik had in gedachte dat ik langs de waterkant moest. Al eerder was ik een paar stukken tegen gekomen die anders waren dan ik verwacht had. Toch lopen hier ook nog een paar anderen voor me. Verderop zie ik een loper de trap nemen naar de haven van Oudeschild, we hadden dus toch langs de buitenkant gemoeten. Zelf neem ik de helling en loop zo de haven in. Silvia komt me daar ook net weer in halen. Met nog iets meer dan 5km te gaan neem ik mijn laatste gelletje. Het regime van elke 10km een gelletje heeft goed gewerkt. Het reservegelletje kan ik ook nog wel gebruiken. Ondertussen kan ik toch blijven versnellen, met de finish in zicht heb ik echt vleugels gekregen. 

En dan het bochtje waar we mogen afsteken. Dat had ik gisteravond toch echt gehoord bij de lezing . Hier steek ik binnendoor bij German Silva (tweevoudig winnaar New York Marathon). Hij kijkt om en ik ben voorbij, dat had hij niet verwacht en ikzelf al evenmin. Het is niet ver meer en ik zet nog een keer aan, de “Tesselse Alpencol” op. Nog 2 bochtjes en een afdaling. Een prachtig mooi moment. Ik heb het volbracht, de hele 60km van Texel en dan blijk ik ook nog als 5e aan te komen. 4.18.25u, voor mij voelt het als een overwinning. 

Ralph Apeldoorn 

De Zestig van Texel, wat een feest

Ik had me in een opwelling eind december of zo ingeschreven. Zomaar, en eigenlijk verwachtte ik het bericht te krijgen dat de limiet bereikt zou zijn. Dat was dus niet zo en dus zou ik de Zestig van Texel gaan lopen. Dat idee zakte in de weken daarna ver weg. Eerst maar eens wat fitter worden, herstellen van weken verkoudheid en longontsteking. Dan de marathon van Gran Canaria. Daarna Genk, de zes uur van Stein en nog steeds was ik niet fit. Texel zakte nog verder weg, werd bijna verdrongen. Door het koude natte weer had ik ook weinig zin om echt lange duurlopen te doen, 30, 35 km ging nog wel, maar wel in 8 minuut per kilometer. En dat is traag, heel traag, en daar wordt je heel moe van, daar val je bijna bij om, het schiet niet op en je wordt er niet warm van. Maar het is wel goed om de vetverbranding te stimuleren. En dan, eindelijk, na de Binnenmaas Non Stop, kwam dan toch het besef dat Texel aanstaande was. Wel hadden we ondertussen een B&B geregeld in De Koog. 

Anderhalve week voor Texel nog een lange duurkoop van 58 km. Moest genoeg zijn. Maar, ik had er weinig vertrouwen in om binnen de limiet van 7 uur te kunnen eindigen. Ik probeerde me zelf wel op te peppen. 7 uur is 7 minuut per km, da’s precies genoeg. Moet eigenlijk 6:55 zijn om wat ruimte te houden voor het strand, de verzorging en de tegenwind. 10 jaar geleden liep ik de Zestig nog in 5:45, dat lukt nu natuurlijk echt niet meer. Maar ik wil eigenlijk wel binnen de 7 uur lopen. Af en toe wordt ik een beetje zenuwachtig van die 7 uur en dat is niets voor mij. Ik lig er soms zelfs wakker van. Ik weet ook niet waarom, zo belangrijk is die limiet toch ook weer niet, toch? Ik zie zelfs een beetje tegen de wedstrijd op, gek, meestal kijk ik uit naar een wedstrijd, hoe lang die ook is. Maar nu, die Zestig, die 7 uur dat knaagt. Ik weet hoe zwaar het is. De Hors, het mulle pad er naar toe, dan die lage duintjes, soms hard zand, vaak heel zacht. Dan het lange stuk strand. Ook zwaar, daar moet ik in een treintje terecht zien te komen. Op en af van het strand is maar even, maar kost tijd. Maar het meeste zie ik op tegen het stuk van de Slufter tot aan de vuurtoren. Vijf kilometer op en neer door de duinen. Naar beneden gaat prima, een makkie. Maar omhoog, dan wordt echt vechten. Daar zal ik tijd verliezen. Thuis begin ik mijn twijfel uit te spreken over de haalbaarheid van de 7 uur. Dat is dus toch wel belangrijk? Ja natuurlijk, is die limiet belangrijk. Buiten de tijd geen finish, geen uitslag, dan blijf je een anonieme loper zonder resultaat. Niet echt zonder resultaat natuurlijk, ik heb dan net 60 km gelopen. Noem dat maar geen resultaat. Maar toch, ik merk dat ik me in ga dekken. “Het zal wel moeilijk worden”, “het wordt zwaar, hopelijk waait het niet te hard”, Ik had toch meer moeten trainen” en meer van dat soort kreten. Ik ben er volop mee bezig. 

Ze kennen daar op Texel geen netto tijd, dus wil ik bij de start voor aan staan. En zo geschiedt, ik sta op de tweede startrij als we op weg gaan. En direct daarna word ik aan alle kanten voorbij gelopen. Tussen de Horsmeertjes zie ik Simon Pols, begeleider van Jannet Lange op de 120. “Jannet staat verderop” zegt hij. En daar staat ze, aan niets is te zien dat ze er al dik 60 km op heeft zitten, zo kwiek is ze nog. Als een jonge ‘hinde’ loopt ze bij me weg. En dan het mulle zand naar de Hors. Valt eigenlijk wel mee, minder erg dan waar ik me op voor had bereid. Dan tussen de lage duintjes door naar het lastige strand. Is ook echt lastig, zelfs ik, maar krap zestig kilo, zak af en toe behoorlijk weg. Op het lange strand recht tegen de wind in kruip ik achter de brede rug van Johan. Ik vraag of dat mag. Ja natuurlijk, ga je gang, mijn lijf is groot en sterk genoeg, ik moet toch die kant uit. En zo loop ik toch een beetje in de luwte. We verliezen tijd, het zij zo. Het strand af, het duin op en door het mulle zand er weer af. 

Het gaat langzamerhand in een roes. Ik loop volop te genieten, links de Noordzee met af en toe een grote stern en rechts de duinen. Die limiet, die 7 uur, die kan me wat, ik loop heerlijk. Uitlopen is het doel, de tijd is symbolisch, zo zegt Johan wijsgerig. Op het tweede stuk strand met de wind ook nog regen, maar ik heb een prima jasje aan, de regen deert me niet. Op naar de Slufter, daar is het droog en minder wind door de bosjes. De zon komt er bij, heerlijk. En dan eindelijk de gevreesde duinen in. Ai, ai, dit is pittig. Hier moet ik Johan laten gaan. Als ik dan ook nog de bosjes in moet, is hij echt uit het zicht. En dan eindelijk de vuurtoren, het fietspad af, de weg over en de duinen zijn geweest. 

Ongemerkt had ik het parcours in stukjes gedeeld, eerst de Hors, dan tot aan de Koog waar Marijke staat, dan de Slufter en daarna de duinen. En het werkte perfect. Het volgende deel is tot aan Prins Hendrik. Daar moet ik op tijd zijn. Maar ik weet nu al dat dat gaat lukken en ik weet ook al dat ik de Zestig zal uitlopen, al heb ik nog 25 km te gaan. En bij Prins Hendrik staat Marijke weer, echt een oppepper. Ondertussen had ik, met de warme zon in de rug, van alles uitgetrokken, dat kon ik nu mooi afgeven. Scheelt weer gewicht in mijn rugzak. En verder gaat het. Hup, de waddendijk op. Wat ben ik toch een geluksvogel, wind in de rug, zon op de kop, laag water op het wad overal vogels. Vooral de rotganzen vind ik mooi en het melancholieke geluid van de wulp is prachtig. Dan naar de andere kant en even later door Oosterend. Mijn volgende punt is de haven van Oude Schild. Ach, daar voor me loopt Johan. Hij zit er helemaal doorheen. Maar ook hij zal de Zestig uitlopen. Verder, het laatste deel, de Hoge Berg, 15 meter. Het is maar 15 meter, maar 1500 cm, stelt eigenlijk niets voor. Maar net als Jannet, wandel ik het laatste steile stukje. Nog een keer links, dan rechts en naar de wielerbaan. Marijke staat al te wachten en loopt het laatste stukje mee. Natuurlijk is de finish al gesloten, niet erg, dat wist ik toch. Net binnen de 7:30 klok ik af. Ik voel me geweldig. Zeker de laatste kilometers waren zwaar, maar wat heb ik lekker gelopen en ontzettend genoten. 

In de Stayokay zie ik Jannet. Ja, zegt ze, ik heb goed gelopen, ben derde geworden. Goed gedaan, meisje, heel goed. Ik geef haar een kus als felicitatie. Even later, als we naar de auto lopen, loopt ze voor ons. Je lijkt wel een oud wijf en ik een ouwe vent, zeg ik. Even strompelen we naast elkaar verder en met een “tot de volgende” nemen we afscheid. Wat was het een geweldige wedstrijd en wat heb ik genoten. 

Theo de Jong 

De 120 van Texel: ‘het was slechts een training …

Voordat ik ook maar voet op Texel had gezet was er al een heel oeuvre aan liedjes die toepasselijk zouden moeten zijn voor wat er allemaal plaats ging vinden op 2e paasdag. Ik zou wa-wa-wa-waanzinnig dromen en ook het tietenlied van Kinderen voor Kinderen passeerde op een vreemde manier de revue. Maar goed, de voorbeschouwing is altijd makkelijk en vaak anders dan de realiteit blijkt te zijn dus ging ik maar gewoon, zonder liedje in m’n hoofd van start bij de 120km in de vroege, vroege ochtend. Samen met zo’n 35 andere dappere strijders vertrok ik om 4.35 op weg naar 2 rondjes wielerbaan, 1 stuk donkere dijk, een kronkelig fietspad, 2 strandpassages, een keerpunt, weer 2 strandpassages, het ineens nog langer lijkende kronkelige fietspad en een lange rechte streep dijk naar de finish. 
Rustig aan moest het gaan. Het was slechts een training. En dus zag ik vooraan het echte loopgeweld al een aardige voorsprong pakken en liep ik ontspannen naast m’n Texelse fietseres Els de zonsopkomst tegemoet. De weersvoorspellingen varieerden van zonnig tot bewolkt en een beetje regen. Uiteindelijk kregen we wolken, regen en aardig wat wind wat te verwerken, maar ik had al snel de acceptatie-modus geactiveerd. Veranderen kun je het niet, wel hoopte ik dat het strand er dan als tegenprestatie goed bij lag. Terwijl ik voor de 1e keer het strand op draaide realiseerde ik me hoe heerlijk het is om even helemaal alleen op de wereld te zijn met hardloopschoenen aan. Niks anders dan het water rechts en je ademhaling als metronoom. Het 1e stuk strand lag er prima bij en ik zweefde langs de vloedlijn. Er waren slechts een paar mensen te bekennen zo vroeg. In de verte zag ik dat 3 mensen aan het zwemmen waren in roze wetsuits. Ze waren vast aan het trainen voor een triathlon, of hadden gewoon zin om de dag lekker fris te beginnen. Terwijl ik dichterbij kwam hadden zij het wel gezien in het water en liepen het strand op om hun wetsuits uit te trekken en ergens op het droge een warme douche te nemen. Maar die wetsuits gingen niet uit. Ze konden niet uit. Ze zaten vast……ohw my god: ik zag TIETEN! En een piemel. Met haar! Waarom moet je toch ook altijd kijken naar dingen die je niet wilt zien?! Needless to say: vanaf hier had ik de rest van de wedstrijd wel een liedje in m’n hoofd: 

Hellup, hellup, HELLUP: ik zie TIETEN! 

Na dit intermezzo was de grote vraag natuurlijk hoe het 2e stuk strand, en dan met name de Hors zou zijn. Ik had het rondje op Texel inmiddels al 3 keer gelopen en telkens wachtte me daar een onaangename verrassing. Behalve nu. Perfect te belopen, geen enkele reden om even ouderwetsch te vloeken. En ook geen tieten en piemels. Eigenlijk genoot ik best een beetje van het strand dit jaar. De koploper bij de mannen, Paul Giblin, kwam me tegemoet toen ik de Hors trotseerde. Niet ver daarachter volgden de rest van de toplopers. Ik wenste ze succes en zag uit naar het keerpunt. Met trainer Gerrit had ik afgesproken om met name het 1e rondje rustig te lopen en in het 2e rondje te kijken hoe de vlag erbij hing. Mijn geplande 5u30 vond hij iets te rap en ik verwachtte dan ook dat hij niet blij zou zijn om me na 5u27 al bij het keerpunt te zien. Sterker nog, hij stond er nog niet eens. Oeps…… 
Het was leuk om alle 120km lopers op het strand en rondom het keerpunt tegemoet te lopen. Een paar snelle mannen, een hele snelle Mildred die allang gedoucht zou zijn als ik bij de finish aankwam en m’n eigenste bud Ritchie. Het zouden voorlopig de laatste bekende gezichten zijn die ik tegemoet liep, vanaf nu was het wachten op het moment dat de horde 60km lopers me zou inhalen van achteren. Vorige keer dat ik de 120km liep werd ik bij de Hors al ingehaald door het peloton. Ik liep te vloeken en de 60km lopers vlogen me aan alle kanten voorbij. Dit keer bleef het rustig en liep ik, nog voor de 60km koplopers het 3e stuk strand af. Inmiddels waren er wat meer mensen gearriveerd langs het parcours, maar nog steeds was het oorverdovend stil op de meeste stukken. Gerrit stond zijn 60km lopers op te wachten op het strand en keek me streng aan. Wel met een glimlach, hij zag vast dat ik nog steeds ontspannen liep en er plezier in had. En dat was ook zo. Met dat inmiddels best irritante liedje in m’n hoofd uiteraard. 

Ik was niet van plan om iets van een strijd te gaan voeren om een plaats of tijd, en toen m’n horloge ermee op hield had ik überhaupt geen idee meer waar ik was en hoe hard het ging. Prima. Zalig zijn de onwetenden. Op gevoel lopen heeft me nooit windeieren gelegd, dus recht zo die gaat met volle wind tegen vooruit. De vuurtoren bij de Cocksdorp zie je al heeeeeel lang aan de horizon, en dat ding komt maar tergend langzaam dichterbij. Heuveltje op, heuveltje af, wind tegen, nog meer wind tegen, een bak regen en nog maar weer een heuveltje. Eindelijk werd ik, na 85km, ingehaald door de 2 koplopers van de 60km. Niet lang daarna volgden ook de nummers 3, 4 en 5. Ze gingen me zo hard voorbij dat ik stil leek te staan maar ik had mezelf wijsgemaakt dat ik die heuveltjes met ketchup en mayo op zou eten, en dan een lange rechte strook heerlijk asfalt als toetje zou verorberen tot de finish. Kleine stukjes van 5km per keer. Met de wind eindelijk in de rug. Van post naar post, en zo af en toe een aanmoediging van een snelle 60-ert. Je komt vanzelf bij de finish. 

Ik wist dat als je bij de haven van Oudeschild bent het 115km punt snel zou volgen en vanaf daar staat elke van de laatste 5 kilometers aangegeven. Hardop aftellen dus. Terwijl ik de dijk af loop richting de haven zag ik ineens een wel heel bekend Salomon-outfitje lopen. Met rokje, dus een man kon het niet zijn. Hoewel, na die tieten en piemels op het strand kon dat er ook nog wel bij. Maar het was Mildred, die vanaf kilometer 1 aan kop liep en het absoluut verdiend had om de eindzege binnen te hengelen. Maar het was op bij haar. Waar ik opleef van eindeloos veel asfalt wordt zij er letterlijk misselijk van. Er waren geen mooie bospaadjes, geen bergen, geen mul strand. Er was alleen maar asfalt tot de finish. Ik voelde me nog sterk en ging haar met een beetje pijn in m’n hart voorbij. Ik riep nog iets in de trant van ‘hou vol’ maar wist dat je dat helemaal niet wil horen na 115km met de finish in zicht. Maar het blijft sport. En dus gebeurde wat ik allesbehalve verwacht had: ik liep naar de winst. Wat gaaf om dit mee te maken. Ik had nog genoeg energie over om van m’n laatste kilometer de snelste van allemaal te maken. Praten lukte niet meer dat laatste stuk, maar genieten des te meer. Nog een paar high 5s en daar was de plek waar ik die ochtend in het donker begonnen was. 

Felicitaties, bekende gezichten en een heerlijke Skuumkoppe die (de toch wel trotse) trainer Gerrit voor me had gehaald wachtten me op bij de finish. Ik had geen idee van m’n tijd, maar het maakte ook niet uit. De zon brak door, en een voor een druppelden de 60km en 120km lopers binnen. Ik ben snel onder de douche gesprongen en heb de rest van de middag in m’n joggingbroek bij de finish gestaan om iedereen binnen te halen. En dat is bijna nog mooier dan zelf lopen. Sommigen helemaal kapot maar zo trots, anderen fris en vrolijk. Iedereen een eigen verhaal. Mijn verhaal bleek nog een happier ending te krijgen want na de 1e ronde in 5u27 liep ik de 2e ronde nog iets sneller. Dat betekende een eindtijd van 10u47 en dus ook nog eens een parcoursrecord. Ook Mildred liep onder het oude parcoursrecord en als 3e vrouw kwam Spartathlete en Tour-de-Francer-to-be Jannet Lange binnen. 3 tough cookies. Allemaal met hun eigen avontuur op Texel. En ik……ik heb daarna wa-wa-wa-waanzinnig gedroomd en toen ik wakker werd bleek het nog echt waar ook. 

Léonie van den Haak 

Foto’s 2017
Menu Categories
Archief
Facebook De Zestig van Texel